• Marion van Maurik

Lichtpuntje in de Duisternis

Licht en donker, de bekende tegenpolen. Toepasbaar op heel veel verschillende onderwerpen. In onze huidige duale wereld kan de een niet zonder de ander. Moeten we dan bang zijn voor het donker of de duisternis? Nee, volgens mij niet. In deze blog lees je hoe ik het zie. Laat het een lichtpuntje in de duisternis voor je zijn.




De strijd tussen Licht en Donker is al zo oud als het universum. Maar welke van de twee ook overheerst, de ander blijft altijd aanwezig. Het Chinese Yin Yang symbool maakt dat heel zichtbaar. Er is een lichte en een donkere helft, maar in elk deel zit een klein stukje van de ander.

Iets is dus nóóit volledig Yin of volledig Yang. Zo is iets ook nooit helemaal licht of helemaal donker, helemaal goed of helemaal slecht, helemaal wit of helemaal zwart.


Waar je het principe ook op toepast, de tegenpool is altijd aanwezig in meer of mindere mate. Het is een voortdurende dans om de macht.

Maar doordat je het ene bewust kent, kun je het andere ook bewust kennen. Zonder donker wist je niet wat licht betekende. Als je nooit regen en sneeuw hebt gekend, zul je de zon minder waarderen.



Je hoeft donker, duisternis of negativiteit dan ook niet te ontkennen of weg te duwen. Dan mag het er van jou niet zijn en ben je er tegen aan het vechten. Op die manier geef je er alleen maar meer aandacht en dus energie aan. En als een opblaasbal die je onder water duwt, zal het oppoppen bij elke gelegenheid die het krijgt.


Liever sta je erbij stil en accepteer je dat het er is. Het geeft niks als je er bang voor bent, maar laat dat je niet weerhouden om het aan te kijken. Meestal is het niet zo eng of erg als het in eerste instantie lijkt. Niet voor niks luidt het aloude gezegde: “Een mens lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest.



Licht vreet Donker op

Toch is er met Licht en Donker nog iets meer aan de hand. Het zijn geen standaard tegenpolen van elkaar. Waar Licht overheerst is nauwelijks ruimte voor Donker. Je kunt geen Donker toevoegen aan Licht, dat wordt onmiddellijk geabsorbeerd en verdwijnt als sneeuw voor de zon, zónder dat het Licht wordt aangetast. Donker kan uit zichzelf nooit het Licht overheersen, dat kan alleen maar als het Licht dat toelaat.


Een mooie uitspraak en persoonlijk één van mijn favorieten, is dan ook die van Marjolijn Loderichs (van I AM Academy):

Licht valt altijd in het donker, nóóit andersom.”

Misschien moet je er even over nadenken of vind je het een beetje vaag of zelfs zweverig klinken. Maar het is eigenlijk heel simpel en een waarheid als een koe. Laat me je een heel letterlijk en duidelijk voorbeeld geven.


Stel je in gedachten eens voor: Een pikdonker huis met één felverlichte kamer. De deur van de verlichte kamer is dicht.

Jij staat in die verlichte kamer:

Wat zie je onder de kier van de deur gebeuren? Kruipt het donker onder de deur door vanaf de gang de kamer in?

Nee, je ziet vanuit de felverlichte kamer niet eens dat het daarbuiten donkerder is.


Ga nou eens in gedachten in die donkere gang staan en kijk naar de gesloten deur van de verlichte kamer.

Wat zie je nu? Zie je alleen maar donker en geen licht? Sluipt het donker onder de deur door de kamer in?

Nee, je ziet juist licht vanuit de kamer onder de deur door de gang instromen.


Wat gebeurt er nu als je die kamerdeur openzet?

Overspoelt het donker nu de lichte kamer? Wordt de lichte kamer minder licht of zelfs donker door de duisternis van de rest van het huis?


Nee, in tegendeel. Het licht stroomt vanuit de lichte kamer naar de donkere gang en de rest van het huis toe en brengt daar meer licht. Het donkere huis wordt daardoor lichter, maar de lichte kamer wordt niet donkerder, ook al wordt het licht verspreid.



Licht kruipt waar het niet gaan kan

Licht kun je oneindig delen zonder dat het minder wordt. Denk maar aan een kaarsvlam, waarmee je andere kaarsen kunt blijven aansteken (zolang de kaars brandt uiteraard). Licht wint altijd van het donker. Het donker kan alleen maar winnen als het licht dat toelaat en dooft.

Zodra jij het licht uitdoet, neemt het donker het over. Het ligt als het ware op de loer. Totdat jij het licht weer aandoet, dan druipt het donker met de staart tussen de benen af.



Wat heb je hier nu aan?

Op momenten dat je veel negatieve gedachten hebt of het even niet meer ziet zitten, realiseer je dan, dat er maar een klein beetje licht nodig is om het ergste duister te verdrijven.

Ook al zit je nog zo in de put, wees je bewust van het feit dat een klein beetje licht al wonderen kan doen. Jouw eigen lichtpuntje zit diep binnenin jou, in je hart, soms helder schijnend, soms diep verscholen. Richt je op dat lichtpuntje in jezelf en voedt het met liefde, licht en dankbaarheid.


Bijna alles kan jouw licht vergroten. De arm van een geliefde of goede vriendin om je heen, een warme kop chocolademelk met slagroom, een geleide meditatie, een knuffel van je huisdier, een (geur)kaarsje aansteken voor jezelf, een hete mok thee, een komedie, een boswandeling, de vogeltjes op je balkon, een warm bad, de zonsopkomst of de ondergaande zon. Het maakt niet uit wat het is, als het jouw licht maar vergroot.



Blijf met je aandacht bij het licht in jezelf, vergroot je licht en straal het van binnenuit naar buiten toe, dan heb je weinig last van het donker. Als het licht in jou (weer) gaat stralen, kun jij op jouw beurt weer anderen 'besmetten'. Laat dát virus maar de wereld rondgaan!

19 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven